Belgen hebben 202 miljard op spaarboekjes.


De Belgische spaarders parkeerden de eerste 5 maanden van het jaar 13 miljard euro extra op hun spaarboekjes. Dit brengt het totale bedrag op de boekjes eind mei op 202 miljard euro, een record.


De Tijd schreef eerder al op basis van een rondvraag bij de grootste spelers dat de grens van 200 miljard euro was overschreden. De officiële cijfers van de Nationale Bank van België (NBB) bevestigden gisteren (08-07-2010) deze mijlpaal.

Spaarders laten zich bij hun beslissing geld opzij te zetten op de wachtrekening niet afschrikken door de erg lage basisrente. De grootbanken bieden amper 1 procent rente op de klassieke boekjes en ook hun hoogrentende internetboekjes brengen nauwelijks iets meer op.

Opvallend is dat de spaarders in de zomer van 2008 geld terugtrokken van hun boekjes, toen er gemakkelijk een rente van 4 of 4,25 % te rapen viel. Op 1 december 2008, toen KBC de rente als eerste opnieuw verlaagde, begon het geld pas goed toe te stromen. De kredietcrisis en de beursmalaise maakten dat beleggers elk risico schuwden.


Uit de evolutie van de inlagen op de spaarboekjes blijkt dat het vertrouwen voorlopig niet is teruggekeerd. In mei kwam er bijna 2 miljard euro bij. Spaarders haalden nog geen geld af om het te investeren in alternatieven met een hoger rendement zoals een TAK 21 Spaarverzekering met een gegarandeerde rente van 3.25% zoals bij Credimo.

Bron: Tijd.be 09-07-2010

De 6 meest gestelde belastingvragen


De 6 meest gestelde belastingvragen

De fiscale voordelen van zonnepanelen, het woonkrediet en de bedrijfswagen. Dit is alvast een greep uit de onderwerpen waar belastingplichtigen het meest mee worstelen bij het invullen van hun belastingaangifte.

 

1. Bedrijfswagen:

 

"Mijn werkgever stelt mij een bedrijfswagen ter beschikking. Kan ik mijn werkelijke beroeps­kosten bewijzen?"
Als uw werkgever u een bedrijfswagen ter beschikking stelt, dan betaalt u belastingen op een voordeel van alle aard. Dit voordeel wordt forfaitair bepaald en hangt af van de afstand tussen uw woonplaats en vaste plaats van tewerkstelling en ook van de fiscale pk (tot 31 december 2009) of de CO2-uitstoot (vanaf 1 januari 2010). Betaalt u een eigen bijdrage, dan mag u die aftrekken van het belastbaar voordeel (zonder dat het voordeel negatief wordt). Dat kan ook voor zelf betaalde opties of een zwaardere motor. 

Ook als u een bedrijfswagen hebt, kan u uw werkelijke beroepskosten bewijzen. Voor uw woon-werkverkeer met de wagen kan u 0,15 euro per afgelegde kilometer inbrengen. Dit bedrag omvat bijna alle kosten (zoals afschrijvingen, verkeersbelasting, belasting op de inverkeerstelling, brandstof, onderhoud, parking, garage, verzekering…), met uitzondering van financierings- en mobilofoonkosten.

Toch zal het bewijzen van uw werkelijke beroeps­kosten vaak niet interessant of zelfs nadelig zijn. Dat heeft te maken met de forfaitaire berekening van het belastbare voordeel. Afhankelijk van de afstand tussen uw woon- en werkplaats wordt uitgegaan van 5.000 of 7.500 afgelegde (privé-)kilometer per jaar. Als u uw werkelijke beroepskosten bewijst, dan wordt van die werkwijze afgestapt en wordt gerekend met het werkelijke aantal gereden kilometers. Aangezien de fiscale coëf­ficient voor de berekening van het voordeel per kilometer meestal groter is dan 0,15 euro per kilometer die u als beroepskosten kunt benutten, zal dat zelden tot een beter resultaat leiden. Bovendien verliest u de fiscale vrijstelling van maximaal 350 euro voor woon-werkverkeer als u uw beroepskosten bewijst.

 

2. Zonnepanelen


"In 2009 liet ik zonnepanelen plaatsen op mijn eigen woning. Hoe geef ik ze aan?"

De aangifte verschilt naargelang u in deze woning of ook nog in andere woningen energiebesparende uitgaven deed.

Eén woning: als u in één woning investeerde, vult u het eigendomspercentage van u en uw partner in bij de codes 1334-24 en 2334-91. Dat is belangrijk om te bepalen of u recht heeft op het volledige maximumbedrag van de belastingvermindering. Tweede vraag is of de woning al meer dan 5 jaar in gebruik is. Let op, het gaat hier over de eerste ingebruik­name. Als u de woning niet zelf gebouwd heeft, dan is dat de datum waarop de eerste bewoners hun intrek namen. Afhankelijk van het antwoord, moet u de codes onder de punten b) of c) op het aangifteformulier invullen. Dat onderscheid is van belang voor de overdracht­regeling. Daardoor gaat het fiscale voordeel niet verloren als u in één jaar meer geïnvesteerd hebt dan u fiscaal kunt benutten, maar wordt het overgedragen naar de 3 volgende jaren. Die overdracht is er niet voor woningen die minder dan 5 jaar in gebruik zijn. U vult het totaalbedrag van de factuur voor uw zonnecelpanelen in naast de codes 1336-22 of 1340-18. De administratie berekent zelf op hoeveel belastingvermindering u recht heeft. Op het aanslagbiljet zal de Belastingadministratie eventueel vermelden hoeveel u nog kunt overdragen naar het volgende aanslagjaar.
Meerdere woningen: deed u uitgaven in meer dan één woning, dan moet u zelf de belastingvermindering berekenen. U vermeldt in uw aangifte over hoeveel woningen de uitgaven gespreid werden en het berekende bedrag van belastingvermindering. Let wel, de belastingvermindering is beperkt. Voor de aangifte die u nu invult (aanslagjaar 2010) geldt een maximumbedrag van 2.770 euro. Voor uitgaven voor zonnepanelen, een zonneboiler of geothermische energieproductie is er een verhoging van de aftrek met 830 euro.


3. Woonkrediet


"Begin 2009 kochten mijn partner en ik een woning. We sloten een lening af en betaalden in 2009 voor 10.000 euro aan kapitaalaflossingen en 3.000 euro aan intrest. We zijn gehuwd sinds 2007 onder het wettelijk stelsel en hebben geen kinderen. Mijn partner Anne kocht in 2004 met haar ouders en broer een woning aan zee. Haar ouders bezitten 98 procent van de eigendom, Anne en haar broer elk 1 procent. Hoe geven we onze lening aan?" (Tom)


Voor Tom is het de enige en eigen woning, zodat hij gebruik kan maken van de woonbonus. De betaalde 6.500 euro (5.000 euro kapitaalaflossingen en 1.500 euro intrest) moet beperkt worden tot het maximumbedrag van 2.770 euro (geen kinderen ten laste). U neemt 2.770 euro op onder de code 1370-85. U moet ook code 1374-81 aankruisen en in 1373-82 0 aanduiden.

Voor Anne is het niet de enige eigendom en de andere eigendom werd niet verkregen door een erfenis. Ze neemt dus de  intresten (1.500 euro) op in code 2146-85. De kapitaalaflossingen moeten worden beperkt tot de eerste schijf van 69.220 euro van de lening. Naast code 2358-67 vult Anne 1.153,67 euro in (5.000 euro x 69.220/300.000).

 

4. Buitenlandse intresten en dividenden

 

"Ben ik verplicht om buitenlandse intresten en dividenden aan te geven?"

Als Belgisch rijksinwoner bent u verplicht om uw wereldwijd inkomen aan te geven. Dat omvat ook roerende inkomsten, zoals intresten en dividenden. Het heeft daarbij geen belang of die van binnenlandse of buitenlandse oorsprong zijn.

Uitzondering op de regel van verplichte aangifte zijn intresten of dividenden waarop al Belgische roerende voorheffing (RV) is betaald. Men spreekt van ‘bevrijdende voorheffing’ omdat de ingehouden voorheffing meteen ook de eindbelasting is. Wat met buitenlandse inkomsten geïnd via een Belgische financiële instelling? Die Belgische instelling is verplicht om roerende voorheffing in te houden. In de praktijk betekent dat dat u intresten en dividenden van buitenlandse bron niet meer hoeft op te nemen in uw aangifte, als u ze inde via een Belgische financiële instelling en roerende voorheffing betaalde. Buitenlandse intresten geïnd via een buitenlandse instelling moet u wel opnemen in uw aangifte.

Opnemen in uw aangifte of niet is een belangrijk verschil. Bij de aanslag op basis van uw belastingaangifte moet u ook gemeentebelasting betalen. Hoeveel dat is, hangt af van uw woonplaats en varieert van 0 tot 10 procent op de hoofdsom. U betaalt dus gemeentebelasting op intresten en dividenden die geïnd worden via een buitenlandse bank, maar niet op die geïnd via een Belgische bank. Om die reden kunt u er uw voordeel mee doen om buitenlandse intresten of dividenden via een Belgische bank te laten uitbetalen.

Hebt u aangifteplicht, dan moet u dat doen in ‘Deel 2’ van de aangifte in Vak XIV (Inkomsten van kapitalen en roerende goederen). Dit deel wordt u niet automatisch toegezonden als u de voorgaande jaren daarin geen inkomsten hebt aangegeven. U moet het ‘Deel 2’ dan zelf, tijdig bij uw controlekantoor aanvragen. U vult het brutobedrag van de intresten of dividenden in, verminderd met de (eventuele) buitenlandse bronbelasting op die inkomsten. De buitenlandse innings- en bewaringskosten mag u niet in mindering brengen. Die vermeldt u naast code 170. De codes waarin u de inkomsten dient op te nemen, zijn:

- code 1152/2152 voor intresten van buitenlandse bankrekeningen

- code 1153/2153 of 1161/2161 of 1164/2164 voor dividenden van buitenlandse oorsprong

- code 1154/2154 of 1155/2155 voor andere inkomsten zonder roerende voorheffing

 

5. Belgische intresten en dividenden


"Mag ik mijn Belgische intresten en dividenden aangeven?

Als er roerende voorheffing werd ingehouden van uw Belgische intresten of dividenden, bent u in principe niet verplicht die aan te geven. Maar geen enkele bepaling verbiedt u dat wél te doen. Dat kan in Vak XIV, A, 1.

Soms hebt u er zelfs belang bij om uw Belgische intresten en dividenden aan te geven, omdat u de betaalde roerende voorheffing via de aanslag terugkrijgt. U hebt daar voordeel bij als uw roerende én andere inkomsten beperkt zijn en uw effectieve belastingtarief dus lager ligt dan het afzonderlijke tarief van 15 procent of 25 procent.

Let op als dat niet het geval is. Als u uw Belgische intresten en dividenden aangeeft, zal naast de roerende voorheffing ook nog aanvullende gemeentebelasting verschuldigd zijn.

Maar u bent niet verplicht het totale ontvangen bedrag van de Belgische intresten en dividenden aan te geven. In de praktijk haalt u het grootste voordeel als uw totaal belastbaar inkomen (inclusief roerende inkomsten en rekening houdend met de aftrek voor beroepskosten, onderhoudsgeld, enzovoort) gelijk is aan de belastingvrije som. Geef daarom slechts een bedrag aan intresten of dividenden aan, waardoor uw totale belastbare inkomsten gelijk zijn aan uw belastingvrije som.

 

6. Terugbetaling


"Ik verwacht een belangrijke som terug te krijgen op de aanslag. Wanneer mag ik die aanslag ten laatste verwachten? Wat moet ik doen als ik die niet tijdig ontvang?"

Indien de aangifte tijdig en correct werd ingediend, kan de belasting in principe worden gevestigd tot 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar (gewone aanslagtermijn). Voor de aangifte die u nu moet indienen (inkomstenjaar 2009) kan de aanslag met andere woorden gevestigd worden tot 30 juni 2011. Na het ontvangen van uw aanslagbiljet moet u maximaal nog 2 maanden wachten vooraleer de effectieve terugbetaling gebeurt.

Het verhaal ziet er helemaal anders uit als u uw aangifte niet correct of niet tijdig heeft ingediend. De belasting kan dan tot 31 december 2012 gevestigd worden.

Stel bijvoorbeeld dat u uw aangifte in de personenbelasting met betrekking tot inkomstenjaar 2009 tijdig indiende op 25 mei 2010. De administratie vergeet een aanslag te vestigen binnen de gewone aanslagtermijn. In januari 2012 stelt die die vergetelheid vast. De administratie komt echter ook tot de vaststelling dat u niet al uw onroerende inkomsten heeft vermeld in de aangifte. In dat geval kan de administratie tot 31 december 2012 toch nog een volledige aanslag vestigen.

In de praktijk zien we vaak dat voor 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar in ieder geval een eerste aanslag wordt gevestigd. Voor de aangifte die u nu moet indienen, is dat dus 30 juni 2011. Nadien kan dan mogelijk nog een aanvullende aanslag volgen tot ten laatste 31 december 2012 (zolang er geen sprake is van fraude).

Wanneer de administratie nagelaten heeft om binnen de wettelijke aanslagtermijnen de aanslag te vestigen, vervalt meteen ook definitief haar recht om de belasting in te vorderen. In dat geval kan u de al ingehouden voorheffingen (met uitzondering van de onroerende voorheffing) en voorafbetalingen in principe terugvorderen. Dat kan via een bezwaarschrift dat in principe moet worden ingediend binnen de 10 jaar nadat de aanslag ten laatste moest worden gevestigd.

Bron: netto.be


 

Spaar voor uw pensioen in januari...en verdien 11% meer


Heel wat pensioenspaarders wachten met hun jaarlijkse bijdrage tot het einde van het jaar. Toch kunnen ze hun rendement gevoelig verhogen als ze die stortingen niet in december, maar in januari doen of toch zo vroeg mogelijk op het jaar.

Meer dan 1,3 miljoen Belgen maken gebruik van de fiscale aantrekkelijkheid van pensioensparen. Stortingen kunnen ingebracht worden in de belastingaangifte waardoor u 30 tot 40 procent (+ gemeentetax) van de storting recupereert. Anders gezegd, u spaart bijvoorbeeld 1.000 euro terwijl u er slechts 600 tot 700 euro voor betaalt. Dit jaar kunt u stortingen tot 870 euro inbrengen in uw belastingaangifte.

Het januari-effect

Wie de stortingen de voorbije 20 jaar telkens in december deed, liet immers een extra rendement van 11 procent schieten. Die bijkomende return kon gehaald worden door de stortingen niet in december maar in januari te doen. 

Spaarders die sinds 1989 telkens op het einde van het jaar hun pensioensparen met het maximaal aftrekbare bedrag volstortten, hebben vandaag een kapitaal opgebouwd van gemiddeld 18.635 euro. Rekening houdend met de gestorte bedragen na belastingaftrek van 35 procent, levert dat een meerwaarde op van 10.806 euro. Wie de stortingen in het begin van het jaar deed, haalt een meerwaarde van 12.025 euro, of 11 procent meer. Maandelijkse stortingen brengen 5 procent meer op dan de eenmalige storting in december.

Een rondvraag bij de verschillende banken leert echter dat veel pensioenspaarders hun storting uitstellen tot het einde van het jaar. "In 2008 stortte 3 procent van de pensioenspaarders het volledige bedrag in januari, terwijl 17 procent dat deed in december.", is te horen bij de banken en verzekeraars.

Eénmalige vervroeging

Spaart u nu niet in januari maar ergens in de loop van het jaar dan is de boodschap uw storting zoveel mogelijk te vervroegen. Stel je spaart jaarlijks in september en je leest dit artikel nu. Aangewezen is de storting te vervroeger van september naar april voor de bijdrage van 2010 en dan opnieuw een vervroegde storting te doen in januari 2011. Zo zal u dus 11% méér pensioen hebben opgebouwd voor dezelfde inleg.

Als de fiscus u niet wil terugbetalen...


Veel belastingplichtigen kijken elk jaar uit naar hun afrekening daar er in veel gevallen een aanzienlijk bedrag terugbetaald wordt. Soms gebeurt het dat de fiscus dat bedrag toch niet (volledig) terugbetaalt. Hoe komt dat?

- Stel dat de fiscus vorig jaar uw belastingaangifte controleerde en dat hij een bepaalde aftrekpost verwierp, waardoor u geen 800 euro moest bijbetalen, zoals voorzien, maar 1.200 euro, veel meer dus. U ging hiermee niet akkoord en u ging in bezwaar. U betaalde enkel het deel van de aanslag waar u wel akkoord mee ging (het ‘onbetwistbaar verschuldigd gedeelte’ van 800 euro), zodat u voorlopig dus ook nog een openstaande schuld heeft bij de fiscus van 400 euro in afwachting van een (hopelijk positieve) beslissing over uw bezwaar. Die beslissing laat op zich wachten en ondertussen hebt u ook uw aanslag van het volgende jaar reeds gekregen. Daarin staat dat de fiscus u ongeveer 2 maand later 300 euro zal terugbetalen.

Voor het zover is, krijgt u een brief van de belastingontvanger waarin hij u meedeelt dat die terugbetaling van 300 euro zal worden ingehouden om nu al een deel van uw openstaande schuld van 400 euro af te lossen, hoewel u helemaal niet van plan was om dat al te betalen. Bovendien krijgt u dus ook helemaal niets meer terug…

Kan dat zomaar gebeuren?


Er wordt niet altijd bij stilgestaan dat de fiscus daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om terug te geven belastingen toch niet terug te betalen op de vervaldag, maar ze rechtstreeks te gebruiken om nog openstaande belastingschulden aan te zuiveren. De ontvanger van de belasting kan dat zelfs volledig zelf beslissen zonder dat hij daar nog bepaalde formaliteiten voor moet vervullen en zonder dat hij u daar eerst de toestemming voor moet vragen. Of dat ook effectief gebeurt of niet, hangt af van de ontvanger. Sommigen passen dat erg snel toe, terwijl anderen een wat meer afwachtende houding zullen aannemen…

Uiteraard wordt u wel - steeds per brief - op de hoogte gehouden, zodat u tenminste toch weet dat u (een deel van) die aangezuiverde schuld niet meer hoeft te betalen.

De ontvanger mag natuurlijk niet méér inhouden dan wat er nog openstaat. Als u in ons voorbeeld in het 2de jaar geen 300 euro zou terugkrijgen, maar bijvoorbeeld 600 euro, dan zal de ontvanger eerst de openstaande schuld van 400 euro volledig aanzuiveren en u vervolgens het saldo van 200 euro terugbetalen op de normale vervaldag.

Wat als u hiermee niet akkoord gaat?

Zo’n ‘schuldvergelijking’ gebeurt normaal gezien niet voor schulden waarvan de vervaldag nog niet verstreken is. Als u uw belastingen steeds op tijd betaalt, zal dat in principe dus niet snel gebeuren.

Toch kunnen ook (erg) stipte betalers daarmee geconfronteerd worden als ze niet akkoord gaan met hun aanslag en bezwaar indienen. U heeft dan immers de keuze om voorlopig enkel dat deel van uw aanslag te betalen waar u wél akkoord mee gaat, in afwachting van een beslissing van de directeur van de fiscus. Dat kan interessant zijn en in de praktijk gebeurt dat ook vaak als u goede hoop hebt om gelijk te krijgen, in die situatie valt uw openstaande schuld immers gewoon weg.

Ook de ontvanger wordt dan op de hoogte gebracht dat die schuld nog niet definitief is in afwachting van een beslissing over uw bezwaar, zodat hij dus weet dat hij voorlopig nog geen deurwaarder bij u hoeft langs te sturen. Maar als u ondertussen ook nog belastingen zou moeten terugkrijgen, dan kan de ontvanger echter wél in uw plaats beslissen om dat geld aan te wenden om die betwiste aanslag toch te betalen, zonder dat u daar enige inspraak in  zal hebben.

Kan u daar nu iets tegen doen?


Als u zo’n brief van de ontvanger krijgt en u niet akkoord gaat met die aanzuivering, dan kan u altijd contact opnemen met hen en vragen om uw geld toch terug te krijgen. Hoewel de ontvanger niet verplicht is om daarop in te gaan, bestaat de kans dat u uw geld alsnog terugkrijgt. Enkel als hij een goede reden heeft om te geloven dat u uw schuld niet zal (kunnen) betalen, zal u het ook niet terugkrijgen. Of de teruggave ook effectief gebeurt, hangt dus af van de ‘goodwill’ van de ontvanger en de ene is daar al wat soepelere in dan de andere ontvanger… Als hij echter niet ingaat op uw verzoek, dan moet hij zijn beslissing wel motiveren en u daarvan wel schriftelijk van op de hoogte brengen.

Is dit definitief?


Als de ontvanger een teruggave inhoudt en aanwendt om een aanslag aan te zuiveren die u bv vergeten te betalen was, dan is uw schuld dus betaald en daarmee is de zaak dan meteen ook definitief afgehandeld.

Werd er echter een teruggave gebruikt om een aanslag te betalen die u betwist, dan was dat eigenlijk niet terecht als achteraf blijkt dat u gelijk krijgt over uw bezwaarschrift. In dit geval krijgt u uw geld natuurlijk op dat moment nog terug. En vanaf een terugbetaling van 860 euro en méér krijgt u daar ook nog eens intresten op, berekend tegen 7% op jaarbasis.

Geldt dit ook voor andere schulden?


Een teruggave inhouden is niet alleen mogelijk als u een openstaande schuld heeft bij ‘dezelfde’ belasting, maar bij alle belastingen en niet-fiscale schuldvorderingen waarvan de Federale Overheidsdienst voor Financiën instaat voor de inning en de invordering. Dat gaat onder meer over de btw, registratierechten, successierechten, douanerechten, administratieve en gerechtelijke geldboeten en gerechtskosten, enzovoort.

Dat betekent dus bv dat een teruggave van personenbelasting ingehouden kan worden om een schuld in registratierechten te betalen.

Zo’n schuldvergelijking tussen verschillende belastingen is enkel mogelijk als het gaat om een aanslag die u niet heeft betwist. Het moet dus gaan om verschuldigde belastingen waartegen u geen bezwaarschrift ingediend heeft, maar die u om een of andere reden toch niet betaald heeft. Dat betekent dus ook dat als u in bezwaar bent tegen een aanslag over inkomstenbelastingen, zoals in ons voorbeeld, de ontvanger een terugbetaling van bv btw (als u zelfstandige bent) niet mag gebruiken om die aanslag te betalen.

Belangrijk daarbij is wel dat niet alleen de personenbelasting, de onroerende voorheffing, enz. , onder de ‘inkomstenbelastingen’ vallen, maar ook de ‘met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen’, zoals de verkeersbelasting en de belasting op de inverkeerstelling. Een teruggave van de verkeersbelasting kan dus wél aangewend worden om een aanslag in de personenbelasting te betalen die u betwist heeft.

Bron Netto.be

Europa pakt ‘First’ van Ethias aan


Uit FD van 10 december 2009: De Europese Commissie eist van Ethias dat het zijn verzekeringsactiviteiten voor particulieren (hoofdzakelijk First-product) fors terugschroeft of zelfs vanaf heden volledig stopzet. 

Daarnaast dringt Europa aan op een verkoop van Nateus, de verzekeringsdochter die met makelaars werkt. ‘Maar daar houdt men bij Ethias aan vast’, zegt een bron. De onderhandelingen met de Commissie zouden eind dit jaar of uiterlijk eind januari rond moeten zijn.

In het kader van het herstructureringsplan Horizon 2011 werkt Ethias al aan de verkoop van zijn bankdochter. Daar zijn nog één of twee kandidaten voor in de running.

Ethias kwam vorig jaar door het First-product in de problemen. Door de snelle groei maakten First-producten een meerderheid van de Ethias-portefeuille uit. Toen cliënten hun geld van de First-rekeningen weghaalden, terwijl de achterliggende investeringen zwaar in waarde verminderd waren, kwam het water Ethias snel tot de lippen.

Intussen is Ethias aan het heronderhandelen met grote steden en gemeenten over verzekeringscontracten. Het doel is af te geraken van onrendabele of minder rendabele overeenkomsten.

Alsmaar meer Belgen doen aan pensioensparen (11/11/09)


Het aantal Belgen dat stortingen verricht voor pensioensparen is in de periode 2005-2008 gestegen van 1,72 tot 2,1 miljoen. Het gestorte bedrag waarvoor belastingvermindering werd gevraagd nam voor deze aanslagjaren toe van 0,95 miljoen tot 1,5 miljoen euro.
 
Dat blijkt uit het antwoord van minister van Financiën Didier Reynders (MR) op schriftelijke vragen van Maggie De Block (Open Vld) en Michel Doomst (CD&V).
 
471,4 miljoen
Voor het aanslagjaar 2008 bedraagt de budgettaire kost van de belastingvermindering voor het pensioensparen 471,4 miljoen euro. Voor het lange termijnsparen met betrekking tot de individuele levensverzekering gaat het om 224,5 miljoen euro.
 
Man = vrouw
In 2008 deden bijna evenveel mannen (50,8 procent) als vrouwen aan pensioensparen. In vergelijking met 2005 is het aandeel vrouwen licht gestegen van 48,4 tot 49,2 procent.
 
Het aandeel van de mannen in de gestorte bedragen (51,2 procent) lag in 2008 iets hoger dan hun aandeel in het aantal dat aan pensioensparen doet, wat erop wijst dat mannen gemiddeld iets meer storten. (belga/edp)

bron : HLN.be

Maximumpremie pensioensparen verhoogt niet in 2010 (29/11/2009)


Voor de eerste keer sinds 1998 zullen de fiscale barema’s niet stijgen in 2010. Volgens berekeningen van de kranten La Libre Belgique en La Dernière Heure, die zich baseren op de inflatiecijfers van november en de vooruitzichten van het Federaal Planbureau voor december, zou de jaarlijkse indexering zelfs moeten leiden tot een lichte vermindering hier en daar. Bijvoorbeeld voor het plafond voor het pensioensparen.

Dit jaar hebben pensioenspaarders recht op een belastingsvermindering bij een premie van maximum 870 euro. Het komende jaar zal dat maximumbedrag dalen, tenminste als de inflatie niet toeneemt in december.

Het gaat om een praktisch onuitgegeven situatie. Er moet teruggegaan worden tot 1998 voor een status quo van de bedragen in het Wetboek Inkomstenbelastingen (WIB). Toen was de inflatie niet de oorzaak, maar een politieke beslissing uit budgettaire overwegingen. De regering had beslist om de jaarlijkse indexering te bevriezen tussen 1993 en 1998.

De situatie, die nu dus veroorzaakt is door de inflatie, zou vooral de schatkist spijzen. Als het economisch herstel zich doorzet, met loonsverhogingen in het vooruitzicht, profiteert de schatkist daarvan, doordat de belastingschijven van het WIB niet omhoog gaan, en zelfs zullen dalen.

bron : nieuwsblad.be

'Pensioenen mogen niet worden opgetrokken'


Om de kosten van de vergrijzing te kunnen blijven financieren, zullen drie voorwaarden moeten worden vervuld: men moet het begrotingsevenwicht aanhouden, zich redelijk opstellen op vlak van bijkomende sociale voordelen en de effectieve pensioenleeftijd optrekken.


(belga) - Dat stelt de directeur van het Federale Planbureau Henri Bogaert maandag in La Libre Belgique.

Hij is ook van oordeel dat de pensioenen niet verder verhoogd kunnen/mogen worden.

Volgens Bogaert kan een combinatie van deze drie voorwaarden ervoor zorgen dat de pensioensituatie 'houdbaar' blijft. 'Maar deze voorwaarden moeten alledrie vervuld worden', benadrukt hij.

De financiering van de pensioenen is verzekerd tot 2015, verklaarde bevoegd minister Michel Daerden (PS) recent. Maar wat er nadien komt blijft onduidelijk.

'De regering wil in 2015 een begrotingsevenwicht bereiken. En ze hoopt dat te kunnen behouden gedurende de volgende jaren. Indien dat niet gebeurt, zitten we met een probleemsituatie. Geen groot probleem, maar toch een probleem', stelt Bogaert vast.

Volgens hem zijn een begrotingsevenwicht en een sterke economische groei noodzakelijk, 'maar dat zal niet volstaan'. Zo moet men onder meer stoppen met de pensioenen en de begrotingskost van de vergrijzing te verhogen.

'Ik zeg niet dat de pensioenen nu verlaagd moeten worden. Ik heb gezegd dat ze niet verhoogd zouden mogen worden, tenzij dat beperkt blijft tot kleine welvaartsaanpassingen', verduidelijkt hij zijn stelling.

Tenslotte is de topman van het Planbureau van oordeel dat de effectieve pensioenleeftijd in 10 jaar tijd van 59 naar 63 moet worden opgetrokken.

Bron: De Tijd

Wat is het fiscaal voordeel van pensioensparen?


Pensioenspaarders die een individuele pensioenspaarrekening hebben, krijgen een belastingvoordeel; dat is algemeen geweten. En net die fiscale bonus is voor heel wat Belgen nog altijd dé reden om aan pensioensparen te doen.

Concreet krijg je als pensioenspaarder van je bank of verzekeraar elk jaar een attest waarop vermeld staat hoeveel je het voorgaande jaar hebt gestort op je pensioenspaarrekening. Deze som moet je invullen op je belastingaangifte en wordt door de fiscus vermenigvuldigd met je 'verbeterde gemiddelde aanslagvoet' om je belastingvermindering te berekenen.

Het tarief van de verbeterde gemiddelde aanslagvoet varieert naargelang het inkomen en naargelang de gezinssituatie van de belastingplichtige, maar ligt voor iedereen tussen 30 en 40 procent. Concreet betekent het dat de fiscus 30 tot 40 procent (te vermeerderen met de gemeentebelasting) van elke storting terugbetaalt via een belastingkorting op het volgende aanslagbiljet.

Deze belastingvermindering is begrensd en wordt maximaal berekend op 870 euro (voor het inkomstenjaar 2010). Met een maximale storting van 870 euro op je pensioenspaarrekening, spaar je tussen 261 en 348 euro (plus gemeentebelasting) uit op je belastingafrekening van volgend jaar.

bron : Job@

Hospitalisatieverzekering via ziekenfonds wellicht duurder (05/01/10)


Wie zijn hospitalisatiepolis via zijn ziekenfonds heeft, dreigt meer te moeten betalen. Deze week start immers de parlementaire behandeling om deze verzekering gelijk te schakelen met polissen van commerciële verzekeraars. En dat betekent de invoering van een taks van 9,25%.
De verzekeraars waren jarenlang kwaad op de ziekenfondsen. De commerciële bedrijven dienden een taks van 9,25% aan te rekenen aan hun klanten bovenop de premies, de ziekenfondsen dienden dat niet. Bovendien moeten de commerciëlen voldoen aan allerlei regels inzake solvabiliteit en worden ze gecontroleerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen. Voor de ziekenfondsen zijn er minder regels.

Assuralia, de beroepsorganisatie van de verzekeraars, trok hierop naar Europa en kreeg gelijk. Daarom moet de Belgische wet worden aangepast.

Waar de ziekenfondsen in concurrentie gaan met de commerciële verzekeraars moeten ze betantwoorden aan dezelfde voorwaarden. De parlementaire behandeling hiervan start nog deze week. Het voorliggende ontwerp legt de ziekenfonds bijkomende verplichtingen op inzake minimale reserves, solvabiliteit en de vorming van het personeel.

Een belangrijk verschil met de commerciële verzekeraars blijft dat de ziekenfondsen enkel hun leden een vrijwillige hospitalisatiepolis kunnen verkopen. Daardoor kunnen zij geen bedrijfsgebonden collectieve hospitalisatieverzekeringen aanbieden en kunnen ze ook geen leden aansluiten van een ander ziekenfonds.

Chronisch zieken

Maar het voorliggende ontwerp gaat verder. De wet-Demotte verplichtte de ziekenfondsen om in hun hospitalisatieverzekeringen voorafbestaande aandoeningen te vergoeden. Deze verplichting zou nu wegvallen, wat erg nadelig kan zijn voor chronisch zieken.

De Christelijke Mutualiteiten (CM) ageren hiertegen. Ze pleiten ervoor om de Wet-Demotte op te leggen aan heel de verzekeringssector. Een alternatief zou kunnen zijn dat deze mensen worden vrijgesteld van de premietaks, aldus nog de CM.

bron : hbvl.be

Pensioensparen is absoluut noodzakelijk


Meer dan 2 miljoen werknemers sparen via hun werkgever voor een aanvullend pensioen. Tien jaar geleden waren er dat slechts 200.000. Logisch, als je weet dat een gemiddeld pensioen vandaag maar ongeveer 992 euro per maand bedraagt.

 

"De pensioenen in ons land zijn lang niet meer wat ze ooit geweest zijn", zegt professor Jos Berghman, die aan de K.U.Leuven met zijn medewerkers het Pensioenkadaster binnenstebuiten heeft gekeerd. "Het is overduidelijk dat iedereen vandaag een tweede pensioen nodig heeft, maar de aanvullende pensioenen zijn er eigenlijk vooral voor diegenen die al het meeste pensioen hebben."

"Bovenop het wettelijk pensioen krijgen steeds meer werknemers via hun werkgever een aanvullend of extralegaal pensioen", legt professor Berghman uit. "De derde pijler is dan de individuele pensioenspaarverzekering, dat - laat ons eerlijk zijn - ook geen vetpotten oplevert. Ik vind dan ook dat er meer werk moet worden gemaakt van de Wet op de aanvullende pensioenen (WAPS), want als er hier geen goed beleid rond wordt gevoerd, zijn er alleen tweede pensioenen voor wie het al goed heeft."

Gezocht: werkgever met pensioenplan

Berghman vindt het in elk geval niet onlogisch dat zelfs jonge(re) mensen bij hun zoektocht naar een nieuwe job al meteen op zoek zijn naar werkgevers die een pensioenspaarplan aanbieden. "Ze zijn gealarmeerd door de berichten in de media waaruit blijkt dat het wettelijk pensioen steeds meer afkalft naar een minimumpensioen. Ik zou hen in elk geval ook adviseren om via hun vakbonden de nodige druk uit te oefenen om een aanvullend pensioenplan te bedingen. Dat lijkt me het beste advies die ik hen kan geven."

Daarmee staat Berghmans standpunt en visie loodrecht op die van Inge Geerdens van het Antwerpse headhuntingbureau CV Warehouse. "Ik begrijp echt niet hoe je als twintigjarige al aan je pensioen kunt denken. Ik heb vaak, zonder overdrijven, het gevoel dat jongeren al vanaf dag één aan het aftellen zijn. Als ze solliciteren, willen ze meteen ook een totaalpakket uit de brand slepen: een hospitalisatieverzekering, pensioenspaarplan, firmawagen ... noem maar op."

bron : standaard